Wat betekent Brandkraan en bluswater?
De wateraansluiting die de brandweer gebruikt om te blussen: een ondergrondse of bovengrondse kraan op het leidingnet, of open water.
Om te blussen heeft de brandweer water nodig. Dat haalt de tankautospuit in eerste instantie uit zijn eigen voorraadtank, maar bij een grotere brand is die snel leeg. Dan worden de slangen aangesloten op een bluswaterbron.
De bekendste bron is de brandkraan. Ondergrondse brandkranen zitten in een putje in de straat en worden met een zuigslang aangesloten; bovengrondse kranen (een paal met een klep) zijn direct zichtbaar. Daarnaast mag de brandweer water putten uit open water: sloot, kanaal, vijver of bluswaterplas. In de Drentse kernen is vooral het leidingnet belangrijk; op het platteland vaker open water.
In P2000-meldingen zie je de term bluswater soms voorbijkomen bij grotere incidenten. Een verstopte of onvindbare brandkraan kan de bluswerking vertragen, daarom legt de brandweer de kranen in een gebied vooraf vast.